|
De kartuizers en hun klooster te Zelem (1329-1796)
Op 1 februari 1329 wordt met de giften van Gerard,
Heer van Diest, en zijn echtgenote Johanna van Vlaanderen het Sint-Jansbergklooster
als kartuizerklooster gesticht. Op verzoek van de stichters werd het klooster
toegewijd aan Johannes de Doper. In het begin was er slechts plaats voor 7 monniken, maar
dankzij talrijke schenkingen klimt dit aantal in 1440 op tot 18 monniken, 2 novicen
en drie donaten.
Bruno, stichter van de kartuizerorde stelde volgende regel op: liefde voor de
eenzaamheid, voorrang aan het zuiver contemplatieve leven, evenwicht tussen
erimitisme en cenobitisme, aandacht voor de naaste wijsheid en zin voor matigheid.
Vanaf de 16de eeuw viel het Zelemse kartuis op door de hoge intellectuele bedrijvigheid van de
monniken: eigen literair werk (o.m. "Elckerlyc"), boekbinden en boekverluchten.
Door de jaren heen wordt het klooster echter geteisterd door aanvallen en
plunderingen. Hierdoor werd de financiële situatie van de gemeenschap erg
moeilijk en moesten de prior en de monniken regelmatig vluchten naar Diest waar ze een refugiehuis bezaten, zoals in 1582 toen Oranje-troepen het klooster
in brand staken voor het naderende Spaanse leger. In 1616 startten enkele monniken
dan toch met de heropbouw van het klooster.
In 1794, bij de eerste Franse invallen in ons land vluchtten de prior en
de monniken definitief. Op 14 september 1796 werd het klooster op de Sint-Jansberg
officieel afgeschaft.
Hier vind je meer
informatie over de geschiedenis van de kartuizers in de Nederlanden.
|