Locatie  -   Geschiedenis  -   Contact
Bedrijfsevenementen  -   Formats  -   Referenties
Huwelijks- en familiefeesten  -   Particuliere evenementen  -   Totaalorganisatie

Kasteelheren (1796-1919)

Enkele jaren later na de afschaffing van het kartuizerklooster, koopt een zekere Libotton in 1798 het klooster met 34 bunders grond als "zwart goed". Of het hier gaat om Pierre Libotton, kasteelheer van Stevoort, die o.m. Herkenrode en andere domeinen opkocht, is niet duidelijk. Alleszins verkoopt hij 1817 reeds het klooster aan jonkheer Johann Eberhard Paul Ernst Gericke van Herwijnen (1785-1845), bekend als gouverneur van Nederlands-Limburg (1840-1845). De kloosterkerk wordt afgebroken en Gericke richt een nieuwe vleugel op die ingericht wordt als zomerverblijf. De rest van het complex wordt verdeeld over drie pachters. In 1830 verkoopt hij het aan rentenier en nijveraar Hubert-François Fischbach-Malacord (1798-1863), zoon van een rijke leerlooiersfamilie, die een deel van zijn fortuin besteed aan het opknappen van het kasteel als hoofdverblijfplaats. Hij wordt in 1837 burgemeester van Zelem en blijft dit tot aan zijn dood, waarna zijn adoptiefzoon Hubert-David, burgemeester van Ferrières, het klooster erft. Ongeinteresseerd, verkoopt deze het amper vier jaar later aan Ferdinand Eugène del Marmol (1807-1892), eigenaar van 1867 tot 1883. In 1883 koopt Xavier Thibaut (1843-1911), in de adelstand verheven in 1906, het complex, om het in 1906 te verkopen aan baron Edmond Charles Toussaint Whettnall (1843-1913), zoon van een Engelse industrieel, later provincieraadslid en senator. Het kasteel wordt opnieuw bewoond, ook na zijn dood door zijn dochter Mathilde (van 1914 tot 1919). Tot 1922 komt het complex ernstig in verval.

  Home > Geschiedenis > De kasteelheren  
 

Activiteitenkalender

vzw Vrienden van het Sint-Jansbergklooster